Nog net met de VUT

Jan Put is twaalf jaar geleden gestopt met werken – en toch pas 71. Hij is een van de mensen die nog gebruik kon maken van de VUT. Samen met zijn vrouw Ans (70) geniet Jan van het vrije leven. Jan beseft dat hij geluk heeft gehad. En hij snapt dat oud-collega’s balen van de stijgende pensioenleeftijd.

Jan woont al zijn hele leven in Eerbeek, op de Veluwe. Zijn vader was er kolenboer; Jan droomt van een loopbaan op de vrachtwagen. Op zijn achttiende solliciteert hij bij transportbedrijf T. Schotpoort, in zijn woonplaats. Hij begint in de garage, haalt zijn rijbewijs en belandt achter het stuur. Veertig jaar later – en nog steeds bij dezelfde baas – maakt hij gebruik van de VUT-regeling. “Ik vond het werk nog leuk, maar had het veertig jaar gedaan. De VUT was destijds een mooie manier om eerder te stoppen.”

Vroeg op, laat thuis

Jan heeft niet altijd op de wagen gezeten. Hij is begin twintig als hij met Ans trouwt en zij de eerste van hun twee dochters krijgen. “Ik werkte nationaal, maar het was toch altijd vroeg op en laat thuis.” Ans: “Door de week zag hij de kinderen nooit.” Jan wil meedoen in het gezinsleven en zet een stapje terug: weer de garage in. Maar het blijft kriebelen. Ans: “Hij was niet blij. Dan is het heel simpel: dan moet hij gewoon weer op de vrachtwagen.” En dat doet Jan, na een onderbreking van zo’n zeven jaar. De rest van zijn werkende leven blijft hij met papier van en naar golfkartonfabriek De Hoop rijden. En al die jaren dus bij T. Schotpoort. Jan: “Een geweldig familiebedrijf. Nooit gedoe en altijd je geld op tijd.”

Redelijk gezond

Jan is zijn leven lang redelijk gezond geweest. “Toen ik 34 was, stopte ik met roken. Dat gehijg als je dekkleden op de wagen moest doen was niet vol te houden.” Op zijn vijftigste wordt hij wat te dik. Dus: “Gewoon gezonder eten. Geen gehaktballen met mayonaise meer, maar brood met ham of kaas of een eitje. En ik ging elke maandagavond om acht uur naar de sportschool. Waren die extra negen kilo’s er snel af.”

Sneeuw op afscheid

Jan herinnert zich zijn laatste werkdag in november 2005 nog levendig. “Het was vreselijk weer. Veel sneeuw, harde wind. Iedereen stond stil. Ik laveerde overal tussendoor naar Friesland, om daar nog bij een paar vaste klanten aan te gaan. Ans was mee. We hadden vlaaien gekocht voor alle collega’s. Maar die stonden er ’s avonds laat nog, omdat niemand terug was.”

Begin onwennig

Stoppen was een leuk idee. Maar Jan had niet één hobby. “In het begin was het wel onwennig. Ik ging rommelen in het schuurtje. En wandelen. Eerst op mijn eentje, maar toen kwam ik een collega tegen die ook vaak wandelde. Zijn we het samen gaan doen. Er kwamen steeds meer voormalige collega’s bij, het groepje groeide. Nu gaan we iedere maandag vanaf één uur met een man of zes op pad. Spreken we af in Dieren of op de Postbank, lopen we acht of tien kilometer en drinken daarna een kop koffie.”

Hartinfarct

Bij die koffie hebben ze het nog altijd over het werk. “Heeft iemand iets gelezen over een bedrijf in Rotterdam. Hebben we het erover hoe we daar kwamen en dan kennen we de naam van de heftruckchauffeur nog. De oudste van ons clubje is tachtig. Inmiddels beginnen we allemaal wel klachten te krijgen. Eentje had laatst een halsslagaderoperatie. Twee weken later was hij er weer bij. Zelf heb ik in 2009 een hartinfarct gehad. Was ik ook na een paar weken weer op de been.”

Samen en apart

Jan en Ans hebben het goed samen. Nog altijd. Hoe ze dat voor elkaar krijgen? “Samendoen wat je samen wilt doen, maar vooral ook je eigen leven houden”, zeggen ze eensgezind. Dus gaan ze met de caravan op stap in Nederland en vooral Italië. En ze wandelen veel samen. Maar Ans gaat ook twee avonden in de week volksdansen, in haar eentje. Jan: “Ik kan en wil niet dansen. Maar ik help wel om het blaadje van de dansvereniging te maken. Nadat ik stopte met werken heb ik op advies van mijn schoonzoon een laptop gekocht. Heb mezelf geleerd daarmee om te gaan. ’s Avonds na het eten zit ik vaak een paar uur achter de computer.”

Tot zevenenzestig

Jan beseft dat hij geluk heeft gehad met de VUT-regeling. Zeker nu de pensioenleeftijd omhoog is gegaan. Hij vindt die verhoging niet ok. “Bijna iedereen heeft toch wel een zwaar beroep. Misschien niet altijd lichamelijk, maar dan wel geestelijk. Er is ook steeds meer stress. Dan vind ik dat je op je vijfenzestigste met pensioen moet kunnen. Zeker als je meer dan veertig jaar gewerkt hebt. Ik merk dat ook aan collega’s die nog werken. Die zijn echt jaloers dat ik op mijn negenenvijftigste heb mogen stoppen. Dat snap ik best.”

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.