Dozen van staal

Twee dozen van staal heeft Jean van Berkel (40) uit Tilburg achter zijn trekker hangen. Jean rijdt zeecontainers voor Barge Terminal in Tilburg. Dat deed hij vijftien jaar geleden ook al. Maar toen stapte hij eruit. Dacht: Is dit alles? Ging ander werk doen. Uiteindelijk keerde hij terug in het containertransport. Want nu weet hij: vóór die twee dozen, dat is mijn plek.

Keukentafel
Als baby ligt Jean soms een paar uur op de keukentafel bij Gebroeders Versteijnen. Zijn vader rijdt er stukgoed en als die een klus heeft, wordt er op Jean gepast. Later gaat hij regelmatig met pa mee. Eerst om de beurt met zijn broer, maar als blijkt dat die niet warmloopt voor de vrachtwagen, mag Jean dubbel zo vaak. Vindt hij geweldig. “Het bedrijf was in die tijd nog klein. Er reden drie of vier auto’s, de planning zat in de huiskamer.” Jean volgt de vakopleiding voor chauffeur en loopt stage bij vier verschillende bedrijven. Hij vindt het overal leuk, maar voelt zich toch het meest thuis bij Versteijnen. Dus daar begint hij als vakbekwaam chauffeur. Als hij maar naar het buitenland mag.

Eerste LZV
Net als Jean op zijn negentiende echt aan de slag gaat, verdwijnt het avontuurlijke internationale werk bij Versteijnen. Daarom stapt hij over naar Bazoer in Waspik, rijden op een Scania. “Geweldig. Maar helaas, dat werk stopte.” En dus komt Jean terug bij Versteijnen, op de Barge Terminal (‘barge’ betekent ‘binnenschip’). Hij belandt achter het stuur van een van de eerste LZV’s in Nederland. “Dat vond ik prachtig. Maar toen ik een jaar of vijfentwintig was, vroeg ik me tijdens nachtritten af: Is dit wat ik mijn hele leven wil doen? Helemaal als mijn broer, die in de bouw zat, me op vrijdagmiddagen om drie uur belde om pesterig te melden dat hij een biertje ging drinken. Daarom stapte ik over naar de bouw. Na een jaartje had ik het wel gezien en ging ik toch weer rijden. Koerieren met een bestelbus. Uiteindelijk weer op de vrachtwagen, naar het buitenland zoals ik altijd wilde. Soms een of twee weken van huis.”

Kinderen
En dan komen er kinderen, Thomas en Lucas. “Die wilde ik zien opgroeien. Ik heb een prima opvoeding gehad, maar mijn vader was er nooit. Mijn vrouw werkt ook, parttime. Omdat we geen oppas konden regelen, ging ik van de vrachtwagen. Ik begon bij Klaassen in het magazijn. Maar zaterdags deed ik ritten en uiteindelijk was ik weer fulltime onderweg. Totdat Claassen in november 2016 stopte.” Jean doet een tijdje winkeldistributie en gaat dan met Remon Versteijnen van Barge Terminal Tilburg praten. “Ik kon er weer aan de slag. Eerst op gewone vrachtwagens, maar sinds een paar maanden – en na vijftien jaar – weer op een 22 meter lange LZV. Dat vind ik fantastisch. Je merkt onderweg dat je door het andere verkeer met meer respect wordt behandeld. Voor iedereen gelden dezelfde regels, maar met zo’n lengte is het makkelijk ruimte af te dwingen. Nu denk ik: dit blijf ik mijn leven lang doen.”


Pendelen

 

06.45 De hekken van Barge Terminal in Tilburg zitten potdicht. Zonder toestemming kan niemand het terrein op. Het is kwart voor zeven in de ochtend. Niet echt vroeg voor de vijf chauffeurs die koffie staan te drinken. Jean legt uit dat de dag meestal om vier uur begint. Veel vroeger heeft geen zin, zeker niet als het een rit naar de Rotterdamse haven betreft. Want daar is tussen drie en vier uur ’s morgens pauze. Vandaag gaat Jean met TON landinwaarts, want op de Maasvlakte zijn fotografen en journalisten niet welkom. Jean is blij met deze rit. “Ik ben liever aan het laden en lossen dan dat ik alleen maar pendel naar Rotterdam. Zo kom ik op allerlei plekken. Op ons eerste adres vandaag ben ik bijvoorbeeld nog nooit geweest.”

Verzegelen

07.07  De terminal is bezaaid met vierhoog gestapelde zeecontainers. Die zijn nu nog leeg. Straks worden ze bij klanten gevuld en verzegeld en dan gaan ze via Rotterdam de zee op. Even na zevenen draait Jean de snelweg op, richting de zuidoostelijke grens tussen Noord-Brabant en Limburg. Hij legt de ‘truc’ uit van het rijden met een LZV. “Met een oplegger stuur je tegengesteld als je achteruit gaat. Met een LZV stuur je gewoon met de richting mee. Dat moet je even onder de knie krijgen. Veel chauffeurs vinden dat maar niks, ik vind het mooi.”

Diamanten

08.57 Het is bijna negen uur als Cordstrap in Oostrum, vlakbij Venray, in zicht komt. Cordstrap produceert spanbanden en ander materiaal waarmee je een lading kunt beschermen. Jean: “Het maakt me echt niet uit wat ik transporteer. Mijn vader zei altijd: ‘Je moet rijden alsof je diamanten vervoert. Veilig en rustig’.”

Verantwoordelijkheid

10.10 De container gaat tegen het dock. Normaal blijft Jean in de cabine en wacht tot hij een teken krijgt dat de container geladen is. Vandaag kijkt hij hoe dat laden in zijn werk gaat. In de container komt hij niet. “Dat doe ik nooit. Dat hebben we zo afgesproken met de klanten. Wat er in de container zit en wat erin gebeurt, is niet onze verantwoordelijkheid. Als hij geladen is, wordt hij verzegeld en dan gaat hij pas open bij de klant of bij de douane.”

Tien over tien verlaat Jean het terrein van Cordstrap met een flinke lading: bijna 16 duizend kilo aan goederen, op 42 pallets die een plek hebben gevonden in de Yang Ming-container. De eerste stap richting Verenigde Staten.

Veevoeders

 

10.45 In Maashees is Havens Veevoeders het reisdoel. Daar leggen schepen uit Rotterdam aan. De Condor bijvoorbeeld, vol met graan. Een kraan lost de lading, die in de fabriek wordt verwerkt tot veevoer dat in zakken gaat. Jean is er om kwart voor elf. De volle container wordt afgekoppeld. Maar het vullen van de lege CAI-container staat pas voor halfeen op de planning. Een heftruckje rijdt pallets met de zakken veevoer één voor één in de container. Die worden dan met de hand gestapeld, zo kunnen er meer in. Twee medewerkers van Havens Veevoeders mogen er twee uur over doen. Jean wordt er niet onrustig van. Slapen, beetje bellen en appen, filmpje kijken. “Een container brengt het meeste op als hij volgestopt wordt. Je moet ertegen kunnen dat je niet op geplande tijden klaar bent.”

Kippen

15.10 De volle Yang Ming-container wordt weer aan de bruine Cai gekoppeld. Die laatste bevat dan bijna 16 duizend kilo veevoer voor Sierra Leone, waarschijnlijk voor kippen. Het is tien over drie als Jean het terrein van de veevoederfabriek verlaat, op weg naar de terminal in Eindhoven. Daar komt hij tegen vieren aan. Een enorme heftrucks plukt de containers van de vrachtwagen en plant ze vierhoog weg. Met twee andere, lege containers is Jean even later weer onderweg. Om kwart voor vijf is hij terug in Tilburg. Bakkie koffie, even kletsen met collega’s. En afspraken maken voor de rit van morgen. Naar Rotterdam.

 


Van Rotterdam naar achterland

“Mijn vader zei: ‘Wij hebben dan toevallig wel veel trucks, maar zijn geen wegtransporteur!’ Intermodaal transport is onze core business. Dat betekent dat de goederen in een container zitten en vervolgens met treinen, boten en ook met vrachtwagens worden vervoerd. En dan vooral van Rotterdam/Antwerpen naar Brabant en Limburg. Daarnaast hebben we sinds kort intermodaal transport tussen Tilburg en Polen.” Remon Versteijnen (26) uit Tilburg is de volgende telg van het familiebedrijf dat in 1998 begon met binnenvaart. Nu heeft het bedrijf 1100 eenheden op de weg, 9 schepen op het water en verschillende treinverbindingen. Remon is commercieel manager Barge Terminal Tilburg, onderdeel van GVT Group of Logistics (voorheen Gebr. Versteijnen transport). GVT heeft 42 LZV’s op de weg. “De meeste van heel Nederland”, zegt Remon trots.

GVT Group of Logistics is naast containertransport gespecialiseerd in palletdistributie binnen de Benelux.

Fotografie Chris Pennarts

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.