Chauffeur van de toekomst

In een treintje

 

Een rijtje modelvrachtwagens, dicht op elkaar. Als een treintje met zeven wagons. Is dit de toekomst van het vrachtverkeer? Een aantal organisaties denkt van wel en onderzoekt de mogelijkheden van ‘connected transport’.

Goof Hooghuis en Sander Witjens van De Rijke Transport in de Botlek deden mee met een experiment ‘rijden in konvooi’. Hun ervaring: er zijn nog veel praktische problemen op te lossen, maar dat treintje gaat er komen.

 

Naam: Goof Hooghuis

Leeftijd: 52 jaar

Woonplaats: Rotterdam

Werk: mentorchauffeur, beheerder wagenpark

Bedrijf: De Rijke Transport in de Botlek

 

Naam: Sander Witjens

Leeftijd: 45 jaar

Woonplaats: Rotterdam

Werk: teamleider drivers, fleetcontrol en ict

Bedrijf: De Rijke Transport in de Botlek

 

Vorig jaar oktober reed Goof een aantal keer in ‘klein konvooi’ van de Maasvlakte naar Venlo. ‘Klein’ wil zeggen dat hij via ‘adaptive cruisecontrol’ verbonden was met een vrachtwagen vóór hem. Zijn snelheid had hij niet in de hand; die werd automatisch geregeld via radar. “Dat is dus nog geen platooning”, legt Sander uit. “Daarvoor is de techniek nog niet ver genoeg ontwikkeld.”

Dat échte platoonen gaat via connected communicatie. Daarbij zijn vrachtwagens verbonden via het mobiele netwerk, waardoor ze bijvoorbeeld met verkeerslichten kunnen communiceren. Zeg maar: om ‘groen’ vragen. Op die manier kan het ‘treintje’ soepel blijven doorrijden en veilig kruispunten passeren.

 

Knop omzetten

Eigenlijk geef je bij platoonen het stuur uit handen. En dat is wennen. Goof: “Je moet in je hoofd een knop omzetten. De eerste dag was spannend. Je bent toch geneigd om mee te remmen.” De afstand tussen de wagens was bij de testritten dertig meter. “Dat is een veilige afstand, volgens de wet”, zegt Goof. “Maar het is heel weinig als bijvoorbeeld de verbinding verbroken wordt en de wagen voor je remt.”

Sander reed een dag samen met Goof van Moerdijk naar Venlo. Hij merkte: “Het eerste half uur heb je zoiets van: dit wordt niks. Je moet vertrouwen op de techniek en op de chauffeur die voorop rijdt.”

 

Niet dagelijks op de weg

De twee mannen van De Rijke transport zitten niet meer dagelijks op de weg. Goof komt uit de bouw. Vanwege knieklachten (hij heeft nu twee protheses) stapte hij over naar het transport: containers rijden. “Dan hoef je niet zelf te lossen.” Hij werkt nu negen jaar bij De Rijke, waarvan de laatste drie op de planning en als mentorchauffeur.

Sander begon zijn loopbaan in het magazijn. “Containers leeghalen. Ik wilde ze liever rondrijden, dus heb ik mijn rijbewijzen gehaald. Daarna zat ik drie jaar op de vrachtwagen. Vervolgens ben ik naar de planning gegaan. Sinds 2008 werk ik bij de Rijke, nu als teamleider.” Sander had dus al langere tijd niet meer op een vrachtwagen gezeten. Daarom zegt hij: “Ik weet niet hoe iemand die veertig jaar op de weg zit, reageert als hij in konvooi gaat rijden. Maar ik kan me zo voorstellen dat je heel wat moet overwinnen.”

Praktische zaken

De techniek schrijdt voort, veel is al mogelijk. Maar er moet nog heel wat gebeuren voordat je overal op de weg treintjes van vrachtwagens ziet. Sander: “We zijn afhankelijk van de verschillende merken vrachtauto’s. Die moeten de systemen door-ontwikkelen en ook zorgen dat ze compatible zijn. Dat is nu nog niet het geval.”

Daarbij spelen nog allerlei praktische zaken een rol. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat een ‘treintje’ herkenbaar is? En hoe voorkom je dat andere weggebruikers zich tussen de vrachtwagens wringen? Goof: “Dan gaat mijn wagen namelijk vol in de ankers, omdat opeens de afstand tot de voorganger te klein is.”

 

Ander soort chauffeur

En dan is er ook nog de kwestie: ben je wel chauffeur, als je gaat platoonen? Sander: “Volgens de onderzoekers kun je in de toekomst je administratie gaan doen als je in een konvooi zit. Tenminste, als je niet voorop rijdt.” Goof vindt: “Je wordt een ander soort chauffeur. Maar het vak verandert nu ook al. Er gebeurt veel meer via computer en it. De jeugd die beroepschauffeur gaat worden, groeit mee in die verandering. Dat zal voor platooning ook gelden.”

 


Waarom platooning?

Connected transport: vrachtwagens die in konvooi rijden en onderling verbonden zijn … waarom zou je dat willen? Omdat het veiliger is, duurzamer en efficiënter. Veiliger, onder andere omdat systemen een deel van het werk van de chauffeur overnemen en er dus minder menselijke fouten gemaakt worden. Duurzamer, onder andere omdat de doorstroming soepeler verloopt: minder remmen en optrekken en dus minder verbruik en uitstoot. En efficiënter, onder andere omdat het wegennet beter gebruikt kan worden.

 


Chauffeur van de toekomst

De chauffeur en het chauffeursvak zijn belangrijk bij het invoeren van connected transport. Daarom is er met steun van onder andere TLN, CBR, TVM, TNO en FNV Transport en Logistiek de werkgroep ‘Chauffeur van de toekomst’ opgericht. In die werkgroep wordt gesproken over onderwerpen die te maken hebben met de verandering van het chauffeursvak: van chauffeur naar operator.

In september is er een inspiratiedag, waarop de ervaringen met het testrijden in oktober vorig jaar centraal staan. En in het najaar start het zogenoemde ‘Living Lab’-programma: een nieuwe serie tests in de praktijk.


Fotografie: Annelies van ’t Hul

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.