Veranderende levens

Agnes Kruis, Floor Warmerdam, Hayley Pijman-van den Brink en Linda Brussee. Vier van de ruim vierhonderd vrouwen die afgelopen jaren in TON aan het woord kwamen. Voor het viertal veranderde er nogal wat sinds ze voor het eerst hun verhaal deden.

 

MIJN KIND IS MIJN PRIORITEIT

Hayley Pijman-van den Brink – 28 jaar – woont in Millingen aan de Rijn – is 5 jaar chauffeur bij Nabuurs in Oosterhout – is in 2020 getrouwd met Andre van den Brink, internationaal chauffeur – zij hebben een zoon, Dean van 11 maanden. Hayley stond eerder in TON 81 (2018)

“Ik wilde altijd al moeder worden, maar het is nog leuker dan ik dacht. Toen Dean drie maanden was, ben ik weer gaan werken. Ik begrijp moeders niet die zeggen dat ze het heerlijk vinden om te werken. Ik vind het nog steeds erg moeilijk om Dean alleen te laten. Gelukkig heeft hij het naar zijn zin als hij bij mijn schoonmoeder is of bij het gastoudergezin. Anders was ik zeker gestopt met rijden. Het is een makkelijk, vrolijk jongetje.” 

“Ik werk nog steeds bij Nabuurs, maar nu drie dagen van dertien uur per dag. Elke maandag, woensdag en donderdag rij ik van zes uur ’s ochtends tot zeven ‘s avonds mijn rondjes naar Elst, Oosterhout, Wijchen en Ede. Zeker nu met Dean is het ideaal om vaste dagen en tijden te hebben. Mijn kind is mijn prioriteit. Toen ik zwanger was, heb ik op de zaak gezegd dat ik voortaan op die en die dagen wilde werken. Dat was prima. Mocht ik toch het land in moeten, dan houd ik dezelfde werktijden. Want ik wil niet dat Dean pas om halftien ’s avonds naar bed kan. Nabuurs begrijpt dat en werkt er ook aan mee.  Ik moet wél op tijd thuis zijn, want mijn man Andre is internationaal chauffeur. Ik ben de vrouw die zorgt voor huis en kind. En dat is heerlijk.”

“Het zijn pittige werkdagen, want ik ben meestal rond halfacht thuis. Dean heeft dan al gegeten bij de oppas en kan naar zijn bedje. Dan heb ik mijn handen vrij om het huishouden te doen en te koken. Ondertussen kijk ik tv, want ik wil wel bijblijven. Als ik gewerkt heb, ga ik vroeg naar bed. Andre is niet de hele week van huis. Deze week is hij maandag vertrokken en komt hij woensdagavond thuis. Ik heb daar geen problemen mee. Toen Dean er nog niet was, kwam ik soms ook laat thuis. Het is fijn dat we hetzelfde beroep hebben, want we begrijpen elkaar.”

“Voor mij is vrachtwagen rijden werk. Paarden zijn nog steeds mijn passie. Ik heb mbo-4 Paard en Business gestudeerd. Het werken met paarden mis ik nog altijd. In de toekomst wil ik wel weer gaan paardrijden. Afgelopen zomer heb ik eindelijk na jaren weer een ritje gemaakt. Het ging super. Paardrijden verleer je niet. Het was alsof ik nooit was gestopt.” 

“Van ‘paardenmeisje’ naar chauffeur was wel een overstap. Als vrouw moet je wel ergens tegen kunnen als je chauffeur wordt. Het is belangrijk dat je je eigen grenzen stelt en die duidelijk aangeeft. In het vond ik dat wel lastig, want wat is een grapje en wat gaat echt te ver? Toen had ik wel een paar vervelende ervaringen. Ik heb op een gegeven moment een leidinggevende erbij gehaald. Die pakte het goed op. Nabuurs neemt dit soort zaken erg serieus. Met mijn collega’s heb ik geen problemen. Die zijn allemaal top. Als vrouw zit je goed bij Nabuurs. Je kan met alles bij ze terecht. Dat is fijn, want als vrouw zit je toch anders in elkaar dan een man. Zo denk ik er tenminste over.” 

“Ik blijf parttime rijden tot Dean naar de basisschool gaat. Daarna wordt het zo’n gepuzzel met oppas en school. En ik wil heel graag een tweede kindje. Dean wordt doodgegooid met vrachtwagenspeelgoed. Hij heeft zelfs zijn eigen houten Scania. Een meisje erbij zou leuk zijn, want ik verlang naar strikjes en poppen.”

 


GEEN SPIJT VAN OVERSTAP

Floor Warmerdam – 43 jaar – woont in Rijswijk (Gelderland) – is projectmanager bij Achterberg Logistiek en Dienstverlening in Eck en Wiel – was (met tussenpozen) 10 jaar chauffeur bij Chr. Vermeer Transport in Dongen – was verpleegkundige en ambulancechauffeur. Floor stond eerder in TON 66 (2016)

“Er is heel veel veranderd sinds ik in 2016 in TON stond. Toen reed ik op een LZV voor Christiaan Vermeer. Mooi werk, maar aan het eind van de dag was ik lichamelijk moe, maar niet geestelijk. Ik heb gekeken of er ander werk was waar ik blijer van zou worden. Maar dat vond ik er niet. Ik kwam destijds vaak bij Ex US Army Auction, aan de rand van Thorn, om pakketten op te halen. Daar ontmoette ik de eigenaar van Achterberg Logistiek. Die speelt een centrale rol in de organisatie van de veiling. Toen hij hoorde dat ik ander werk zocht, vroeg hij of ik bij hem wilde komen werken. Dat leek me wel een uitdaging. In 2019 ben ik projectleider geworden bij Achterberg Logistiek. Ik ben voor 80 procent bezig met de veilingwerk en voor 20 procent zit ik in het transport. Zodra het begint te kriebelen, regel ik een mooie rit voor mezelf.” 

“In deze loods – vier voetbalvelden groot – komen elke drie weken Amerikaanse legerspullen binnen. Die moeten geveild worden. Door de sluiting van Amerikaanse legerbases is er steeds meer aanbod. Het is steeds weer een verrassing wat er wordt aangeleverd. Van brandweerauto’s, Hummers, oude schoolbussen tot ziekenhuisbedden, kleding, slaapzakken en zelfs hele operatiekamers. Mijn werk bestaat uit het uitpakken van de lading, fotograferen van de spullen, ze beschrijven en klaarzetten voor de veiling. Het komt wel eens voor dat ik niet weet wat een item is. Dan zoek ik het op, op internet.”

“Het is me soms een raadsel dat alles wat we in de loods binnenkrijgen, verkocht wordt. Aggregaten, archiefkasten, schoolstoeltjes, scheepslampen, bodybags… Sommige spullen zijn helemaal nieuw. Ik begrijp niet dat het leger zomaar alles wegdoet, want het meeste is nog goed te gebruiken. Werkelijk voor alles in de loods is een koper te vinden. Bij een veiling zie je soms de prijs van een item omhoogschieten. Dan blijkt het bijvoorbeeld een bijzonder onderdeel van een Hummer te zijn. Onze veiling is internationaal. De kopers komen overal vandaan.”

“Als ik wil rijden, dan kruip ik achter het stuur. We hebben zelf drie wagens en een vaste charter. We lopen over van het werk, er dus genoeg te rijden. Eén hal staat vol met voertuigen. Die brengen we de hele wereld over. Zo ben ik met een open wagen met daarop bijzondere voertuigen naar Portugal gereden. Dan heb je onderweg veel bekijks. De afgelopen jaren ben ik ook drie keer naar Noorwegen geweest met veilingspullen. Dat zijn mooie reizen. Stel dat het hier in Thorn stopt, dan zoek ik een bedrijf dat op Noorwegen rijdt. Want dat land vind ik fantastisch.”

“Ik ben laatst met een grote Blue Bird – zo’n Amerikaanse schoolbus – op de trailer naar Wolfsburg in Duitsland geweest. Die bus wordt gebruikt voor een filmopname. Ik zit zelf ook in de film, want ze hadden een chauffeur voor de bus nodig. Vroegen ze mij voor. Van zaterdag tot woensdag was ik in Duitsland en daarna reed ik de bus weer naar Thorn. Het is een film over een toekomst waarin iedereen een chip in zijn vinger heeft. Ik vind het leuk om in die film te spelen. Dat zijn de krenten in de pap.”

“Ik heb geen spijt van mijn overstap. Het is elke keer een verrassing wat voor legerspullen we binnenkrijgen. Voor legerdump zijn wij de plek waar je moet wezen. We hebben veel werk, maar er zit geen haast bij. Er is geen leverdruk. Dat maakt deze baan best relaxed.” 

 


 

LUI WERK IS NIKS VOOR MIJ

 

 

Linda Brussee – 29 jaar – woont in ‘s-Gravenzande – is 11 jaar chauffeur – werkt sinds 4 jaar bij Marco Janknegt in Honselersdijk – werkte daarvoor bij Hagoort, Beelen.nl en Gerrit Methorst. Linda stond eerder in TON 61 (2015)

“Ik dacht dat TON weer een fotoreportage met mij wilde maken, net zoals in 2015. Op kantoor had ik de TON laten zien waarin ik stond toen ik voor Beelen.nl met sloopafval reed. De planner had er al rekening mee gehouden. Nee, ik vind het prima dat het nu geen reportage is. Dan kan ik dadelijk gewoon weer aan het werk. Ik zit nu vier jaar bij Marco Janknegt. En ik ga nog lang niet weg, want ik vind het hier erg leuk. Ik heb afwisselend werk, fijne collega’s én een leuke baas, die zelf ook meerijdt. Dat vind ik motiverender dan een baas die op kantoor zit.” 

“Bij Beelen.nl heb ik het één jaar volgehouden. Het lag niet aan het werk. Ik vind het geen probleem om met afval te rijden en fysiek werk is mijn ding. Maar ik kon het helaas niet zo goed vinden met de planning. Dat had invloed op mijn humeur. Omdat het werk tegenwoordig voor het opscheppen ligt, ben ik weggegaan. Na Beelen heb ik een jaartje voor Gerrit Methorst gewerkt. Dat was ook afval. Recycling is echt wel mijn ding, maar bij Methorst kon ik mijn draai niet vinden. Via via hoorde ik dat er bij Hagoort in Ridderkerk een auto vrijkwam. Daar heb ik het vak geleerd als achttienjarige. Ik ben er gaan praten en kon direct beginnen.” 

“Ik reed oud ijzer voor een opdrachtgever, AM recycling. Na twee jaar vond ik het tijd worden om werk dichter bij huis te zoeken. In de buurt is genoeg werk. Zo ben ik bij Marco Janknegt beland. Hier heb ik het beter naar mijn zin dan bij al mijn vorige werkgevers. Het is een klein bedrijf, met acht wagens en zes chauffeurs. Heel gezellig. Op vrijdagmiddag drinken we met elkaar een biertje. Dat is goed voor de sfeer. Ik weet nu dat een klein bedrijf meer mijn ding is. Dan doe ik zonder gemor wat meer als het nodig is.” 

“Het werk hier is heel afwisselend en ik kom door heel Nederland. In de winter vervoer ik vooral bloembollen, in het voorjaar potgrond en in de zomer vaak kasbouwmaterialen. Beweging krijg ik genoeg. Vanochtend heb ik nog heel veel leliekratten verplaatst. Lui werk is niks voor mij. In de recycling klom ik op containers, gooide er netten van dertig kilo over. Ik wil ’s avonds thuiskomen en me dan lichamelijk moe voelen. Mij zie je niet met zeecontainers rijden. Ik hou sowieso niet van wachten en alleen maar zitten. Ik ben een aanpakker. Het Westland past daarom bij mij. Hier wordt hard gewerkt en we gaan pas naar huis als het werk gedaan is.” 

“Mijn werk is mijn hobby. En sinds twee maanden heb ik er een nieuwe hobby bij. Mijn baas Marco heeft een Daf XF95 uit 2005 gekocht. Dat wordt mijn wagen. Ik heb drie jaar lopen zeuren om een oude auto en nu is die er. Het is een handgeschakelde wagen, zodat je het gevoel hebt dat je zelf nog wat moet doen. Samen met Marco ga ik de auto opknappen. De binnenkant wordt zoals ik het wil. Het is wel lastig om aan onderdelen te komen voor zo’n oude wagen. Zo zijn we nog op zoek naar een zonneklep en fenders. Zelfs DAF heeft ze niet meer. Dus als iemand nog een zonneklep of fenders heeft… Ik kijk er naar uit om mijn eerste rit met mijn wagen te maken.” 

 


 

EEN NIEUW BEGIN IN ZWEDEN

 

Agnes Kruis – 47 jaar – woont sinds februari 2021 in het Zweedse Grillby – was chauffeur bij Aldi – is getrouwd met Maikel Kruis (34), kraanmachinist – zij hebben een dochter van 3, Gaby – Agnes was eerder samen met Ron, die in 2006 aan een hartstilstand overleed. Agnes stond eerder in TON 70 (2017) en samen met Maikel in TON 82 (2019).

“Ik ben met de kerst vijf dagen bij mijn ouders geweest, samen met mijn dochter Gaby. Op oudejaarsdag was ik weer in Zweden, om samen met Maikel het nieuwe jaar in te luiden. Ik woon er sinds februari vorig jaar. Het was altijd al mijn droom om te emigreren. Met mijn overleden man Ron had ik het er vaak over. En elk jaar, op nieuwjaarsdag, spraken Maikel en ik met onze familie over emigreren. Een paar jaar geleden was Maikel dat gepraat zo zat dat hij de knoop doorhakte en zei: ‘Nu ga ik het doen’.”

“We wilden naar Oostenrijk of Zweden. In die landen is Maikel werk gaan zoeken. Uit Oostenrijk kwam weinig respons. Na twee jaar vond hij een baan in Zweden. In april 2020 zouden we erheen voor een sollicitatiegesprek, maar door de lockdown waren alle vluchten gecanceld. We hadden geen idee hoe de situatie met corona zich verder zou ontwikkelen. In juli belde het Zweedse bedrijf Maikel: wanneer kom je? Toen zijn we eind augustus met z’n tweeën naar Zweden gegaan. Maikel werkte een paar dagen mee, had een gesprek en het was rond.”

“Per 1 januari kon hij beginnen. Maar ik had haast, zat ertegenaan te hikken en wilde dat hij eerder zou starten. Je weet nooit hoe het bevalt. Zodoende is Maikel 1 november 2020 naar Zweden vertrokken. De eerste drie maanden heeft hij in een caravan gewoond. Met kerst en oud en nieuw was hij even in Nederland. Eind januari ben ik een weekje naar Zweden gegaan en vonden we een huurhuis. En toen konden Gaby en ik overkomen. Ik heb tot 23 december 2020 voor Aldi gereden. Daarna had ik een goede maand de tijd om alles in te pakken.”

“We wonen nu in zo’n Zweeds houten huis op het platteland. Net buiten een klein dorpje op zo’n 50 kilometer van Stockholm. Als het -18 graden is, bevriest de waterleiding. Met onze buren hebben we goed contact, maar door corona houdt iedereen toch afstand. We genieten van de rust, de ruimte, de vrijheid en de natuur. Ik wandel veel met de hond en Gaby zit dan in de slee. Het leven is hier rustiger. Wat vandaag niet kan, doen we morgen.”

“Ik heb nu één jaar niet gewerkt, maar ik heb me nog niet verveeld. Het huis moest geschilderd. In het voorjaar gaan we een klein vakantiehuisje op ons erf bouwen. Dat willen we in de zomers verhuren en daarmee wat bijverdienen. We leven op dit moment van het inkomen van Maikel. Ik wil weer gaan bakken. Ik ben 21 jaar banketbakker geweest. Bossche bollen, gevulde koeken en stroopwafels en dan kijken of er animo voor is.”

“Wat ik het meeste mis nu ik in Zweden woon, is mijn familie. En de begraafplaats waar Ron ligt. Daar ging ik vroeger twee keer per week naartoe. Nog steeds vind ik dat erg moeilijk. Als ik in Nederland ben, ga ik naar zijn graf. Vanochtend ben ik er ook nog even geweest, want morgen vlieg ik weer naar Zweden. Of ik ooit nog op de vrachtwagen zal rijden? Dat weet ik niet. Ik mis het werk niet, maar wel mijn collega’s.” 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.