Tegels en klinkers brengen met een elektrische autolaadkraan

In beeld

Emissieloos werken is de norm op steeds meer bouwlocaties. Transportbedrijf Martin van den Bogerd bv uit Bergschenhoek speelt daarop in. Chauffeur Abram Verheul rijdt met een elektrische autolaadkraanwagen. Hij vervoert vandaag betontegels en klinkers. TON rijdt mee.

Pallets laden
08.20 uur
Geruisloos rijdt de elektrische Mercedes eActros van Abram het terrein van Verdoorn Beton in Gouda op. Het is koud en grijs. Tussen de pallets klinkers sijpelt smeltende sneeuw weg. Abram weet precies waar hij moet zijn. Hij laadt hier vaker.

Bij een hoge stapel klinkers stopt hij, trekt zijn handschoenen aan en klimt op de autolaadkraan. De elektrische kraan zoemt zacht. De grijparm tilt een pallet op, zwenkt naar de voorkant van de trailer en zakt dan naar beneden. Abram plaatst de pallet netjes tegen het kopschot zodat de lading dadelijk niet kan gaan schuiven. De trailer schudt en kantelt als Abram de lading op zijn trailer tilt.

Hij moet zestien pallets klinkers meenemen en daarnaast een pallet met halve klinkers en witte klinkers. In totaal gaat het om zo’n 30 ton, het maximum wat zijn combinatie mag vervoeren. “Met zo’n gewicht houd ik altijd veel afstand. Mijn remweg is lang.”

 

Tijd voor koffie
08.45 uur
Binnen vijftien minuten staan zestien pallets op de trailer. “Hier geen gepuzzel of ik alles in mijn trailer krijg. Pallets zijn makkelijk te laden. Nu even kijken waar de halfjes staan: de halve klinkers.” Abram loopt over het terrein op zoek naar een medewerker die hem helpt de halfjes te vinden. Daarna rijdt hij zijn wagen naar de juiste plek. Snel en voorzichtig laadt hij ook deze pallets. Haast is volgens hem gevaarlijk: “Laat je een stapel vallen, dan ben je lang bezig met opruimen.

Ik zorg dat de pallets netjes op elkaar aansluiten.” De witte klinkers gaan er als laatste op. Dan klapt hij het stoeltje van de kraan in en klimt van de trailer. “Nu moet ik de laadbrief laten tekenen. En dan pak ik een bakkie koffie, want ik heb geen idee wanneer ik weer de kans krijg.” Naast het kantoor rookt Abram snel een sigaret. “Ik rook niet in de cabine, deze wagen is pas twaalf weken oud. Ik wil hem fris houden.”

Onderweg naar Kwintsheul
08.50 uur
De rit gaat van Gouda naar het Zuid-Hollandse Kwintsheul. Deze locatie is nieuw voor Abram. Op zijn TomTom staan de ritlijsten en vrachtbrieven. Handig, vindt hij, want dan staat ook de route naar een loslocatie erin. Voor hij vertrekt, toetst hij alvast het telefoonnummer van de uitvoerder in. “Ik bel altijd het bestratingsbedrijf om te horen of de loslocatie klopt met het adres op de ritlijst. Zo voorkom ik onnodig gezoek.” Sinds hij elektrisch rijdt, is zijn werkgebied kleiner: Noord- en Zuid-Holland, de Kop van Zeeland en Utrecht. De actieradius ligt tussen de 300 en 400 kilometer. Ritjes richting Limburg of de Achterhoek doet hij niet meer. Op die langere tochten zijn er te weinig laadmogelijkheden voor de lengte en het gewicht van zijn vrachtwagen. Abram vindt het niet erg: nu is hij vaker op tijd thuis. “Stratenmakers stoppen vroeg. Vaak ben ik voor de file weg.”

Lossen in de berm
10.00 uur
Abram belt uitvoerder Tinus: “Waar moeten de klinkers heen?” Hij moet via poort 1 de nieuwbouwwijk in Kwintsheul in. De nieuw wijk ligt tussen de kassen. Tinus wijst de plek aan: naast de sloot. Abram zit alweer op de autolaadkraan en zet de pallets voorzichtig in de modderige berm.

Op weg naar de betonfabriek
10.30 uur
De trailer is leeg. Abram maakt een foto met zijn TomTom van de geloste lading voor opdrachtgever Giverbo. “Dit is een soort digitale vrachtbrief”, vertelt Abram. “De meeste bedrijven werken hiermee. Alleen bij Verdoorn Beton heb ik nog een papieren vrachtbrief.” Met zijn lege trailer rijdt Abram naar Rijsenhout. Bij Langhout Betonfabriek gaat hij betontegels laden. “Bijna alle betonfabrieken liggen langs water. Binnenvaartschepen leveren grind en zand aan. Dat zijn de bouwstoffen voor deze tegels.”

Even pauze
11.20 uur
Het is mistig onderweg naar Langhout Beton. Bij aankomst op het terrein seint een heftruckchauffeur naar Abram. “Ik kom hier minstens één keer per werkdag stenen laden. Ik weet ongeveer waar ik moet zijn.” Langzaam rijdt hij tussen de lange rijen grijze tegels door. De zeven pallets met betontegels laadt Abram snel in. Daarna is het tijd om een pauze te nemen. “Het is tijd voor een bakkie. Vanochtend ben ik om zes uur begonnen. In Oud-Beijerland heb ik gelost. Dadelijk ga ik in Leiden deze zeven pallets lossen en dan kom ik hier weer terug voor een nieuwe lading.”

In dichte mist de dijk op
12.10 uur
Als Abram wegrijdt bij de betonfabriek, zwaait hij naar Wendy op kantoor. “Zwaai ik niet, dan belt ze om te vragen waarom,” grinnikt hij. In de dichte mist rijdt hij de dijk op. Vandaag vervoert Abram alleen maar pallets. Dat is makkelijk laden. Rechttoe, rechtaan. Uitdagender vindt hij keerwanden: “Die hebben een L-vorm. Dat is puzzelen om ze allemaal in de trailer te krijgen. Dat vind ik leuker dan uren rijden.”

Lossen in Leiden
13.00 uur
In Leiden is het even zoeken naar de losplaats. “Toen ik als twintiger voor de vader van Martin van den Bogerd werkte, kwam ik vaak in Leiden en omgeving. Ik kende alle straten. Nu is er zoveel veranderd.” De ingang naar de bouwplaats ligt langs een drukke doorgaande weg. Na even zoeken vindt Abram de uitvoerder en weet hij waar hij de tegels kan lossen. De zeven pallets zet hij netjes naast elkaar op de stoep. Opnieuw maakt hij een foto van de geloste lading. Daarna rijdt Abram weer richting Rijsenhout.

Nieuwe lading
13.40 uur
De mist trekt op terwijl Abram langs het water rijdt. Hij belt Wendy: “Ik kom 15 pallets tegels laden en een paar halfjes voor Zoetermeer.” Zij regelt een heftruckchauffeur. “Sinds corona gaat alles telefonisch. Ik loop nog maar heel af en toe het kantoor bij Langhout binnen. Er is minder sociaal contact. Daarom zwaai ik altijd als ik wegrijd.” Tijdens het laden komt een collega naast hem staan. In rap tempo laadt die drie pallets betontegels in en vertrekt weer. Zijn dieselmotor is goed hoorbaar.

Naar Zoetermeer
14.00 uur
Abram rijdt nu twaalf weken met zijn elektrische combinatie en is enthousiast. “Het rijdt ontspannen, ik heb geen motortrillingen. Mijn oude diesel mocht de steden niet meer in. Daarom heeft Martin van den Bogerd elektrische wagens gekocht, elf in totaal. Mijn zoon rijdt ook elektrisch. Hij rijdt hout.”

Abram vertrekt met 15 pallets richting Zoetermeer. Of hij daarna nog naar Gouda rijdt om klinkers te laden, weet hij nog niet. “Ik kan nog genoeg kilometers maken, maar het hangt af van de accu van de autolaadkraan. Door de kou loopt die sneller leeg. Gelukkig heb ik geen hijgerige planner in mijn nek. Als het niet gaat, is er morgen weer een dag.”


“Mooier werk is er niet”

Abram Verheul
🛞 is 54 jaar
🛞 woont in Bergschenhoek
🛞 werkt 10 jaar bij Martin van den Bogerd/Zijderhand Transport in Bergschenhoek
🛞 begon als twintiger als chauffeur

“Ik kom niet uit een chauffeursfamilie. Eerst werkte ik als slager. Toen daar minder werk was, ben ik op mijn tweeëntwintigste bij de vader van Martin van den Bogerd als chauffeur gaan werken. Daar heb ik mijn rijbewijzen gehaald. Ik was al getrouwd en had een zoon. In die tijd zat ik bij de vrijwillige brandweer. Ik maakte de overstap naar de brandweer op Rotterdam Airport. Daarna ben ik preventiemedewerker bij Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond geweest en productplanner bij een kunststofbedrijf in Bergschenhoek. Op kantoor had ik het niet naar mijn zin. Als ik de vrachtwagens van Martin zag rijden, begon het te kriebelen. Daarom besloot ik tien jaar geleden weer chauffeur te worden. Mooier werk is er niet. Ik ben eigen baas. Als ik een bakkie wil, dan stop ik. Mijn jongste zoon werkt hier ook. Ik geniet van mijn werk en blijf dit doen tot aan mijn pensioen.”

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *