Column: Mijmeringen
Column
“Zagen, zagen, wiede wiede wagen. Jan kwam thuis om een boterham te vragen. Vader was niet thuis. Moeder was niet thuis …” Dit kinderliedje schiet zomaar door mijn hoofd. Jan heeft hard gewerkt en hard werken maakt hongerig. Door de huidige woningmarkt woont hij nog bij z’n ouders en de lieve schatten smeren ook nog z’n boterhammen. Maar wat een pech. Ze zijn allebei niet thuis. Gaat Jan nu zelf z’n boterhammen smeren? Gaat ie naar de snackbar? Of laat hij een pizza bezorgen? Het antwoord op die vraag is even bizar als onbevredigend. Want: ‘Piep, zei de muis in het voorhuis’.
Als mijn vrouw vraagt waarom ik de vaatwasser niet heb leeggeruimd en mijn antwoord reikt niet verder dan het geluid van een knaagdier, dan kom ik daar niet mee weg. Dan wordt ik doorgezaagd tot er een acceptabele reden op tafel ligt. Piep hoort daar niet bij.
Dit soort gedachten dwalen door mijn hoofd als ik in mijn cabine zit. Mijmeren noem ik dat. Vissers doen dat ook. Urenlang turen ze naar een dobber terwijl ze in hun hoofd stilzwijgend het leven doornemen. Er zijn mensen die beweren dat er zelfs niet eens aas aan het haakje zit bij vele vissers. Ik denk dat het percentage vissers onder chauffeurs lager is dan in andere beroepsgroepen. Wij hebben tijdens het werk genoeg tijd om te mijmeren.
Over het algemeen probeer ik het luchtig te houden. Mijmeren over de liefde, het wel of niet nemen van winterbanden of cameraspiegels bij vrachtwagens bijvoorbeeld. Als er dan toch eens iets ingewikkelds voorbijkomt zoals atoomsplitsing, de onbegrijpelijke fratsen van Trump of de werking van het vrouwenbrein, dan kom ik, geïnspireerd door dat kinderliedje, telkens weer tot dezelfde conclusie: ‘Piep, zei de muis in het voorhuis’.
Coen van Extel
(mentor)chauffeur bij Sanders|Fritom




Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!