Ton wil een extra vrije dag

Pensioenvragen

Ton van Laar is nog maar net 60. Hij ‘moet’ nog wel even voordat hij stopt met werken. Toch heeft hij een afspraak gemaakt met pensioenconsulent Richard Dudink. Want voltijds doorploeteren tot hij 67 of 68 is? Nee, dat ziet hij echt niet zitten. Jong of niet, ook voor hem gaan de jaren tellen. En belangrijker nog: hij heeft een zieke vrouw om voor te zorgen.

Ton van Laar – 60 jaar – woont in Wageningen – is trailerchauffeur bij BR Transport in Ede – getrouwd met Marion (66) – gaat met pensioen: onbekend, maar wil graag een dag minder werken – krijgt AOW (zoals het er nu voorstaat): 11 januari 2029

Vrolijke mensen

Hij zal het zelf niet zó uitdrukken – Marion en hij zijn vrolijke mensen – maar het water staat hem wel aan de lippen. Werkweken van gemiddeld 60 uur en daarnaast al zeven jaar lang de fulltime zorg voor zijn vrouw. 

 

Voor Marion dus. Ze is wat ouder (bijna 66) en er niet best aan toe: een auto-immuunziekte, twee kapotte knieën, drie ernstige longkwalen. Ze ademt met behulp van zuurstofslangetjes in haar neus. Op een trippelstoel beweegt ze zich binnenshuis van A naar B – lopen zit er niet meer in. “Maar ik blijf vrolijk hoor”, zegt ze. “Als je ook nog je goede humeur verliest, heb je helemaal niks meer.”

Ton staat elke dag om vijf uur op en legt dan voordat hij de deur uitgaat de dingen voor haar klaar. De telefoon voor het grijpen op tafel, genoeg te drinken en een banaantje of zo. Dan redt ze zich wel. Als de nood aan de man komt, zijn er buren. 

Tegen zevenen is Ton weer thuis. Dan doet hij wat er te doen valt: zorgen dat er eten op tafel komt. En daarna opruimen, de keuken weer een beetje aan kant maken, medicijnen klaarleggen, Marion naar bed helpen. “Ik kan ’s avonds niet even op de bank gaan liggen.”

De vrije zaterdagen zijn hectisch. “Boodschappen doen, schoonmaken en dan is het zondag en het weekend weer voorbij.” 

Toneelmeester

Ton van Laar was vijftien toen hij begon te werken. Eerst als invalkracht in het restaurant van Theater Junushoff in Wageningen. Binnen mum van tijd maakte hij er carrière: van toneelknecht tot toneelmeester – verantwoordelijk voor het decor, het geluid en de belichting van alle mogelijke voorstellingen. Dat was toen hij zeventien was. ”Wel gek, dat ik op die leeftijd leidinggaf aan mensen van 35 of zo.”

Het was een heerlijke tijd: Snip en Snap, De Mounties, de André van Duin Revue. “Allemaal mensen die iedereen kent van tv, maar jij maakt ze mee in het echt.” 

Leerzaam ook, hij haalde allerlei certificaten: van Nederlands tot elektrotechniek –vaardigheden waar hij tot aan de dag van vandaag profijt van heeft.

Maar na 22 jaar was het ook wel weer genoeg. Ton was inmiddels ‘gepromoveerd’ tot hoofd technische dienst, maar dat bleek een vrij saaie kantoorbaan. “Bovendien, in de theaterwereld werk je altijd als anderen vrij zijn. ’s Avonds dus en in de weekenden. Ik was inmiddels getrouwd en op zoek naar een wat overzichtelijker leven.”

Artrose

Sindsdien zit Ton in het transport. Eerst als chauffeur, daarna jarenlang als planner. Tot Marion ziek werd. Toen koos hij weer voor de weg. Stukken minder stressvol dan op kantoor. Maar toch, onwijs zwaar natuurlijk. Lange dagen, en thuis een vrouw die steeds zieker en afhankelijker wordt.

Wat ook niet helpt: zijn handen doen veel pijn. Op een gegeven moment kan hij geen kopje meer vasthouden. Het blijkt een ernstige vorm van artrose. Ton, opgetogen en ook wel een beetje trots: “Maar daar is wat op gevonden. In België hebben ze speciale braces voor me gemaakt, van 3D-mallen van mijn handen. Als ik die aanheb, kan ik zelfs weer sturen.”

Het groeit hem toch boven het hoofd. De komst van corona, de druk van het supervoorzichtig moeten zijn – Marion is immers kwetsbaar – boven op de jaren van mentale en fysieke overbelasting. Hij is opgebrand.

Aan het denken

“Ja, ik kreeg een burn-out en eigenlijk ben ik pas net weer twee dagen per week aan het werk. Dat gaat goed, gelukkig. Maar het afgelopen jaar heeft me wel aan het denken gezet. Marion wordt niet meer beter. Als ik straks volledig ben hersteld, werk ik weer vijf lange dagen. Hoe ga ik dat volhouden? Stel hè, dat ik maar één dag in de week thuis kan zijn, de vrijdag of zo. Dat zou al zo veel schelen.”

Ton vraagt het via het scherm van zijn tablet aan de pensioenconsulent van het Pensioenfonds Vervoer. “Wat denk jij Richard? Kan ik op de een of andere manier minder gaan werken?”

Richard: “We gaan zo eens even rekenen. Maar eerst: heb je het al eens met je werkgever over minder werken gehad?”

Ton: “Ik heb weleens een balletje opgegooid ja, maar dat is alweer een tijd geleden.”

Richard
: “Ik raad je sowieso aan om eerst met je baas in gesprek te gaan. En vraag dan meteen of hij een proefberekening maakt van het salaris dat je verdient als je niet vijf maar vier dagen werkt. We kunnen er nu wel een slag naar slaan, maar het is beter om dat precies uit te laten rekenen. Je hebt weliswaar minder salaris, maar vaak ga je ook minder belasting betalen.”

Ton: “Voor mezelf heb ik berekend dat ik ongeveer 2.000 euro netto overhoud als ik van vijf naar vier dagen ga.”

Richard
: “Dan gaan we daar voorlopig even van uit. En dan bekijken we zo meteen hoeveel je maandelijks van je pensioen zou willen opnemen om je inkomen aan te vullen. Iets anders: heeft je vrouw een inkomen?”

Degelijk pensioen

Marion heeft nu een uitkering van het UWV. Ze heeft wel ruim veertig jaar gewerkt. Net als Ton begon ze al op haar vijftiende. Eerst in de winkel bij de Hema, later bij TNO in Wageningen. Daar was ze laborant, tot ze zich liet omscholen tot telefonist-receptionist. 

Ze heeft in ieder geval een degelijk pensioen opgebouwd. En over anderhalf jaar is ze 67 jaar en drie maanden oud. Dan krijgt zij AOW. 

Ton: “Wacht even, dan haal ik haar papieren erbij.” Hij houdt Marions pensioenoverzicht voor de camera van zijn tablet.

Richard: “Aha. Dan laat ik jullie nu even meekijken op mijn scherm. Gaan we rekenen.”

 

Richard opent een rekentool en vult links en rechts bedragen in. Hij begint met de arbeidsongeschiktheidsuitkering van Marion. “En daarnaast”, zegt Marion, “heb ik ook nog elke maand een paar honderd euro van mijn ontslagvergoeding. Dat loopt door tot ik 67 ben.” Richard tikt het netjes in.

Vanaf 2023 verandert de som, want dan krijgt Marion AOW en laat ze haar pensioen ingaan. Ook die bedragen worden ingevuld en bij elkaar opgeteld. 

Richard: “Kijk, hier zie je het overzicht. Marions inkomen tot 2023 en daarna. Dat ziet er helemaal niet slecht uit, denk ik zo. Toch ruim 1.500 euro netto per maand.

Ton: “Zeker. Dat ziet er niet slecht uit.” 

Marion knikt goedkeurend.

Dan zijn nu Tons gegevens aan de beurt. Ergens in 2029 krijgt hij een AOW-uitkering. Tot die tijd is er natuurlijk zijn salaris. Hij blijft vier dagen aan het werk. Tik-tik-tik. Richard hamert op zijn toetsenbord. In een oogwenk verschijnt er een overzicht waar iedereen blij van wordt.

 

Veel op het spel

Als Ton gebruik maakt van deeltijdpensioen, is er geen vuiltje aan de lucht. Deeltijdpensioen betekent dat je een deel van je pensioen laat ingaan en daarnaast blijft werken. Voor de berekening gaat Ton uit van een deeltijdpensioen van 175 euro per maand. Hun gezamenlijk inkomen schommelt dan ergens rond de 3.500 euro netto – terwijl Ton dan dus een dag in de week niet meer werkt.

Marion: “Daar kunnen wij makkelijk van leven.”

Ton
: “Helemaal als je bedenkt dat we over een paar jaar ook van de helft van de hypotheek af zijn.”

Richard
: “Je laat alvast een deel van je pensioen ingaan, maar dat is een relatief klein bedrag. Je teert dan nauwelijks in op de lange termijn, wanneer je je pensioen helemaal in laat gaan. Dus dat is heel mooi. Je zou kunnen overwegen om na een paar jaar opnieuw een berekening te laten maken. Bijvoorbeeld op het moment dat jullie nauwelijks nog hypotheeklasten hebben. Dan kun je bekijken wat de mogelijkheden zijn om nóg een dag minder te werken.”

Ton en Marion knikken instemmend. Ja, wie weet. Maar voor nu zijn ze al heel blij. Eerst maar eens die ene extra vrije dag per week. Dat Ton het tenminste íets rustiger aan kan doen. Er staat immers veel op het spel. Zonder zijn zorg zou Marion niet thuis kunnen blijven wonen. “Moet ze dan naar een verpleeghuis of zo? Nee hoor. Echt niet!”

 


Net als Ton met deeltijdpensioen gaan?

Je bepaalt zelf wanneer je je pensioen in laat gaan. Op de overzichten die je van Pensioenfonds Vervoer ontvangt, is je pensioen berekend alsof je het laat ingaan op je 68e

Vanaf 55

Vanaf je 55e kun je al (een deel van) je pensioen in laten gaan. Hoe eerder, hoe lager je pensioen wordt. Dat heeft twee redenen: 

  1. Je bouwt minder pensioen op omdat je eerder stopt met werken (of minder werkt) en jij en je werkgever dus minder premie betalen voor jouw pensioen.
  2. Omdat je uitkering eerder ingaat, moet het opbouwde pensioen over meer jaren worden ‘uitgesmeerd’. Je maandelijkse pensioenuitkeringen zijn daardoor (levenslang) lager.

Hoeveel minder het wordt, hangt af van hoeveel minder je werkt en hoe vroeg je je pensioen laat ingaan. Vaak blijkt het wel mogelijk – om net als Ton – na verloop van tijd een of twee dagen minder te werken. Of toch vóór je AOW krijgt al helemaal met pensioen te gaan. 

Let op

Wil je meer dan 5 jaar vóór je AOW krijgt een deel van je pensioen laten ingaan? Dan mag je voor het deel dat je met pensioen bent niet meer werken. Laat je bijvoorbeeld 20 procent van je pensioen ingaan, dan mag je tot je AOW krijgt niet meer dan 80 procent werken. Werk je wel meer dan 80 procent? Dan krijg je te maken met de Belastingdienst. Die gaat na of je op het moment dat je je pensioen in liet gaan van plan was om meer dan 80 procent te gaan werken. 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.