Geen groentjes meer

Behoud personeel

Het was jarenlang krap op de arbeidsmarkt in transport en logistiek. Bedrijven hadden moeite nieuwe medewerkers te vinden. Grote wervingscampagnes zorgden voor (zij-)instroom van jongeren, van vrouwen en van mensen uit andere beroepen. En dankzij subsidies stroomden medewerkers door naar een andere functie.

En toen kwam corona… Vakbonden en werkgeversorganisaties willen koste wat kost voorkomen dat COVID-19 tot een kaalslag op de arbeidsmarkt leidt. Behoud van personeel staat voorop.

TON liet in de loop der jaren vaak ‘nieuwelingen’ aan het woord, op het moment dat ze net kwamen kijken. Als groentjes vertelden ze over hun verwachtingen. Hoe is het ze sindsdien vergaan? Hebben ze hun draai gevonden? Nick, Ed, Lucinda en Robert vertellen het.

 

ENORM VERSCHIL

Robert Bergman (33) woont met zijn vriendin in Amersfoort. Hij werkt sinds drie jaar als internationaal chauffeur bij Van Appeldoorn Transport in Woudenberg.

Hoe ben je in het transport beland?

“Ik ben opgegroeid in de koeriers- en transportwereld, want mijn vader is ook chauffeur. Daardoor ken ik het vak van kleins af aan. Mijn eindstage van mijn mbo-opleiding deed ik bij een koeriersdienst en daar ben ik blijven plakken. Toch vond ik al snel geen uitdaging meer in mijn werk. Samen met een collega ging ik naar Van Appeldoorn Transport. Ik kwam op de dag-distributie terecht en reed met stukgoed, zeecontainers en mega-trailers. Toen ik op kosten van mijn werkgever het diploma gevaarlijke stoffen haalde, kon ik met de tankwagen internationaal de weg op.”

Wat spreekt je aan in het werk?

“Er is een enorm verschil tussen mijn werk als koerier en wat ik nu doe: toen was het rennen, vliegen, haasten. Nu zit er ook wel druk achter, maar rijd ik toch veel meer ontspannen. Ik was erg gemotiveerd om mijn diploma te halen om te mogen rijden met gevaarlijke stoffen. Als je gaat rijden met een tankwagen wordt er veel van je verwacht, het is heel verantwoordelijker werk. Een lekke band kan bijvoorbeeld al cruciaal zijn. Dat maakt het werk extra uitdagend.”

Wat vind je minder leuk aan je vak of de bedrijfstak?

“Ik heb echt van mijn hobby mijn werk kunnen maken: rijden. Je ziet nog eens wat van de wereld. Toch is het vak niet meer zoals het vroeger was, hoor ik van de oude garde. Zij reden naar Zuid-Italië, Zuid-Spanje en het noorden van Scandinavië. Zo ver kom ik meestal niet en dat vind ik wel jammer. Meestal rij ik naar Zuid-Duitsland en Noord-Frankrijk.”

Wat verwacht je van de toekomst?

“Ik hoop de komende jaren als internationaal chauffeur toch nog meer van Europa te zien. Mijn vriendin vindt het nu niet erg. Maar mochten er straks kinderen komen, dan zal ze die internationale ritten wel minder fijn vinden. Dus zolang het kan, geniet ik ervan!”

 

MINDER STRESSVOL

De 51-jarige Ed Nijburg woont met zijn gezin in Hoofddorp. Hij werkte voorheen als zelfstandig ondernemer. Drieënhalf jaar geleden maakt hij de switch van makelaar in het commercieel vastgoed naar de transportbranche.

Hoe ben je in het transport beland?

“Door tegenvallende bedrijfsresultaten na de crisis van 2008 was ik op zoek naar wat anders. Toen ik in een advertentie van STL las dat er tweeduizend chauffeurs nodig waren, dacht ik: ik ga het gewoon doen! Ik solliciteerde als chauffeur bij mijn huidige werkgever, R. Nagel BV, en kon de week daarna direct beginnen. Via subsidie van STL is mijn opleiding tot chauffeur gedeeltelijk bekostigd.”

Wat spreekt je zo aan in het werk?

“Het is veel minder stressvol dan mijn baan als makelaar! Je hebt wel de verantwoordelijkheid, maar tegelijkertijd ook vrijheid en zelfstandigheid. Ik heb geen moeite gehad me aan te passen aan de chauffeurswereld. Vroeger was ik militair en toen leerde ik om goed te communiceren met allerlei type mensen.”

Wat vind je minder leuk aan je vak of de bedrijfstak?

“Wat ik jammer vind, is dat veel mensen de functie van chauffeur onderwaarderen. Het beeld dat ze hebben klopt helemaal niet. Vrachtwagenchauffeurs zijn niet per definitie dikke, shag-rokende mannen. In tegendeel. Ik denk dat juist door het zij-instroomtraject heel uiteenlopende mensen in het transport werken. Bij mijn werkgever tref ik mensen van allerlei pluimage: van voormalig fysiotherapeuten tot mensen die vroeger bij een bank zaten.”

Wat verwacht je van de toekomst?

“De verdiensten als chauffeur zijn vele malen minder dan als makelaar. Maar mijn vrouw en kinderen hebben altijd gezegd: ‘Je moet doen waar je blij van wordt. Zorg dat je fluitend naar je werk gaat.’ Tot nu toe is dat zo. Zodra ik het niet meer naar mijn zin heb, ga ik wat anders doen. Ik werk nu drie dagen per week als chauffeur. De overige dagen ben ik nog wat bezig in het vastgoed. Ik hoop dat ik na mijn pensioen in overleg met mijn werkgever wat uurtjes kan maken als chauffeur. Zo blijf ik deel uitmaken van de maatschappij.”

VEEL VRIJHEID

Lucinda Gennissen (26) uit Alkmaar volgde een opleiding tot onderwijsassistente. Toch werkt ze nu niet op een school, maar voelt ze zich als een vis in het water op de vrachtwagen.

Hoe ben je in het transport beland?

“Tijdens mijn opleiding tot onderwijsassistente kwam ik erachter dat ik zware dyslexie heb. Ik besloot mijn geplande vervolgstudie Engels niet door te zetten. Mijn oom en tante tipten me om voor het transport te kiezen, net als veel van mijn familieleden. Toen TON mij vier jaar geleden voor het eerst sprak, was ik net op weg met mijn bakwagen. Nu zit ik al twee jaar helemaal op mijn plek op de trailer bij GTV in Tilburg.”

Wat spreekt je zo aan in het werk?

“Ik heb nu veel vrijheid, bijvoorbeeld hoe ik mijn werkdag indeel. Ik los veel spullen in de bouw. Dat is écht een mannenwereld waarin je moet aanpakken. De eerste keer aankomen bij een nieuw adres is altijd lachen. Ze verwachten geen meisje met make-up en krullend lang haar. Maar negen van de tien keer zijn de reacties positief!”

Wat vind je minder leuk aan je vak of de bedrijfstak?

“Ik hou niet van onweer. Dan zit ik echt gespannen achter het stuur. Verder stoor ik me wel eens aan vervelende mensen op de weg. Gaan ze zeventig rijden op een weg waar je tachtig mag… In mijn beginjaren kroop ik dan bijna over het stuur heen! Toch merk ik dat ik steeds beter mijn rust kan bewaren.”

Wat verwacht je van de toekomst?

“Een droom voor later is op een LZV rijden. Zolang het gaat, wil ik in de transportwereld blijven. Misschien dat ik er anders over denk als ik ooit kinderen krijg, want ik maak lange dagen.”

MEER STABILITEIT

Nick Rering (26) uit Krimpen aan de IJssel woont samen met zijn vriendin. Ze hebben een dochtertje van elf maanden en er is een tweede kindje op komst. Na verschillende opleidingen in andere branches, kwam Nick in de steigerbouw terecht. Hij vond pas echt zijn draai toen hij koos voor het transport.

Hoe ben je in het transport beland?

“Na de middelbare school heb ik eerst een opleiding Sport en Bewegen gedaan, maar die heb ik niet afgemaakt. Daarna koos ik voor het bank- en verzekeringswezen. Dat diploma heb ik wel gehaald. Toch besloot ik uiteindelijk in de steigerbouw te gaan werken. Maar het werk was pittig en werd niet goed betaald. Omdat ik net mijn rijbewijs had gehaald en rijden leuk vond, koos ik toen voor een baan als boodschappenbezorger bij Albert Heijn. Op een dag hoorde ik op de radio reclame van STL: ‘Haal je chauffeursdiploma met subsidie!’. Dat leek me een mooie volgende stap. Ik werk inmiddels vier jaar als chauffeur, nu bij Renewi. Dat bevalt uitstekend!”

Wat spreekt je zo aan in het werk?

“Ik vind het fijn dat ik lekker alleen kan werken. Ik werk liever elf uur op een dag als chauffeur dan acht uur in een baan waarin ik ongelukkig ben. Toch blijf ik altijd wel nieuwsgierig naar andere beroepen. Maar door de komst van mijn dochtertje en met een tweede onderweg, ga ik niet zomaar meer wisselen van beroep.”

Wat vind je minder leuk aan je vak of de bedrijfstak?

“Het wordt je vaak zo moeilijk gemaakt door andere weggebruikers. Die mensen hebben er geen benul van dat mijn truck dertig ton weegt en ik niet zomaar stil sta. Daar kan ik me echt aan ergeren.”

Wat verwacht je van de toekomst?

“Ik denk dat het leuk is om mij te specialiseren. Zo lijkt het me gaaf om benzine te gaan vervoeren. Maar dan moet je ook nachten en weekenden rijden. Nu begin ik wel vroeg, maar ben ik ’s avonds voor het eten thuis. Zeker met een gezin is dat wel heel fijn. Ik kies echt voor stabiliteit en dat kan mijn huidige baan mij bieden.”

 


Niet uitstromen

De afgelopen jaren stroomden er veel nieuwe mensen de bedrijfstak in. Met wervingscampagnes, zoals 2000 Chauffeurs (mogelijk gemaakt door SOOB-subsidies*), lukte het om het tekort aan medewerkers beperkt te houden. Maar de coronacrisis raakt transport en logistiek hard. Met een pakket crisismaatregelen willen vakbonden en werkgeversorganisaties voorkomen dat de ‘instromers’ weer uitstromen. Want als COVID-19 bedwongen is, zal transport en logistiek weer snel opveren en zijn die mensen hard nodig.

Het arbeidsmarktplan is onderdeel van de ‘Visie 2025 wegvervoer en logistiek’.

Meer weten? Kijk op stlwerkt.nl/Nieuws-en-evenementen

* SOOB is de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer. Het opleidingsfonds zet zich in voor een zo goed mogelijke arbeidsmarkt en voor goede arbeidsverhoudingen in de sector. Werkgevers en werknemers dragen bij aan dit opleidingsfonds.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *